Autisme is een ingrijpende stoornis in de ontwikkeling van het kind, met gevolgen voor de rest van het leven. Dit uit zich vooral in bijzonder gedrag, dat voor omstanders moeilijk te begrijpen is. Bij personen met autisme kan de ontplooiing van onder andere de sociale relaties, de taal en de verbeelding heel verstoord verlopen. Maar wat is autisme precies? En hoe kan deze stoornis worden aangepakt? Je leert het in dit filmpje. Autistische stoornissen vormen een waaier van aandoeningen die erg kunnen verschillen per persoon en per leeftijd en in ernst en verschijningsvorm. Daarom spreekt men ook over autismespectrumstoornissen. 1 à 5 op de 1000 mensen hebben zo'n autismespectrumstoornis. Het is een relatief veel voorkomende stoornis die niet altijd snel herkend wordt, omdat het beeld nogal kan verschillen. In zowat één derde van de gevallen gaan autismespectrumstoornissen ook gepaard met een verstandelijke handicap. Ze komen bovendien meer voor bij jongens dan bij meisjes. Autisme kan zich dus op erg verschillende manieren manifesteren. Toch zijn er drie belangrijke probleemgebieden die altijd terug te vinden zijn bij iemand met autisme. Personen met autisme hebben eerst en vooral problemen met sociale omgang. Ze hebben het met andere woorden moeilijk om op een gepaste manier met anderen om te gaan. Sommigen leggen weinig contact, anderen proberen heel veel contact te leggen, maar komen stroef of vreemd over. Daarnaast zijn er ook problemen met communicatie. Dit wil zeggen dat er enerzijds moeilijkheden zijn om zich op een verstaanbare manier te uiten. Sommigen praten niet, anderen praten wel, maar hun taal is eigenaardig en afwijkend. Soms praten ze onophoudelijk over hetzelfde onderwerp. Anderzijds hebben mensen met autisme allemaal problemen om de anderen juist te begrijpen. Ook hun non-verbale communicatie is gestoord. Personen met autisme hebben onder meer moeite om emoties bij anderen goed te herkennen. Een derde probleem is hun beperkt vermogen tot verbeelding, waardoor er problemen zijn met flexibel denken en handelen. Bij het kind is er vaak beperkt, fantasieloos of repetitief spel. Op latere leeftijd uit dit zich meer in beperkt invoelingsvermogen, moeite hebben met veranderingen, sterk vasthangen aan bepaalde interesses of gewoonten. Daarnaast hebben personen met autisme ook vaak sterk ontwikkelde vaardigheden, bijvoorbeeld een sterk visueel geheugen of een uitzonderlijk talent in wiskunde. De precieze oorzaak van autisme is tot op heden nog niet achterhaald. Wel zijn er sterke aanwijzingen dat een erfelijke aanleg onderliggend is bij de ontwikkeling van autisme. Autisme is niet te genezen. Wel hebben aanpassingen in de omgeving van de persoon met autisme een positief effect. Structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid verbeteren zowel het gedrag als de ontwikkeling van de persoon met autisme. Tenslotte kunnen het leren omgaan met de beperkingen en het gebruik maken van de sterke kanten het leven van iemand met autisme opnieuw heel wat leefbaarder maken.